Nee, ratten kunnen niet goed tegen warm weer.
Ratten en hoge temperaturen zijn een slechte combinatie. Ze kunnen moeilijk warmte afgeven doordat ze niet kunnen zweten.
Ratten en hoge temperaturen zijn geen goede combinatie. Een rat kan zijn lichaamstemperatuur wel degelijk reguleren, maar heeft daarvoor minder mogelijkheden dan bijvoorbeeld een mens. Ratten kunnen niet zweten zoals wij dat doen en moeten daarom op andere manieren hun overtollige warmte zien kwijt te raken.
De afgelopen dagen, met temperaturen die in Nederland opliepen tot boven de 30 graden, heb ik de literatuur eens nagekeken wat zo'n hoge temperatuur eigenlijk met een rat doet. Niet alleen mensen zoeken verkoeling als het warm wordt. Ook ratten moeten een manier vinden om hun lichaamstemperatuur niet te ver te laten oplopen.
Over het algemeen kunnen ratten zich goed aanpassen aan verschillende omstandigheden. Maar bij aanhoudende warmte wordt het steeds moeilijker om hun lichaamstemperatuur constant te houden. Vooral wanneer de temperatuur hoog is en er weinig mogelijkheden zijn om een koelere plek op te zoeken, kan dat een serieus probleem worden.
Foto: Adri de Groot (www.vogeldagboek.nl )
Hoe reguleert een rat zijn lichaamstemperatuur?
Een rat kan warmte op verschillende manieren kwijtraken. Dat gebeurt door straling, stroming van de lucht, geleiding en verdamping.
Bij lagere omgevingstemperaturen kan een rat warmte afgeven via bijvoorbeeld zijn huid, oren en staart. Zodra de omgevingstemperatuur steeds dichter bij de huidtemperatuur komt, wordt het moeilijker om op deze manieren warmte kwijt te raken. Verdamping wordt dan steeds belangrijker. Als de temperatuur van de huid eenmaal hoger is dan de omgevingstemperatuur, dan is de verdamping nog slechts de enige manier om warmte af te geven.
Maar daar zit bij een rat een groot verschil met de mens.
Ratten kunnen niet zweten!
Een rat heeft behalve een minimale hoeveelheid onder de voetzolen geen zweetklieren waarmee hij zich, zoals een mens, door zweten kan afkoelen. De rat moet dus andere manieren gebruiken om overtollige warmte kwijt te raken.
De staart speelt daarbij een belangrijke rol. De staart is vrijwel kaal en bevat veel bloedvaten. Bij warmte kunnen de bloedvaten in de staart zich verwijden (vasodilatatie). Er stroomt dan meer bloed naar de staart en daar kan warmte worden afgegeven aan de omgeving.
De oren zijn ook belangrijk bij de warmteafgifte. Door de grote oppervlakte en de geringe beharing kan daar relatief gemakkelijk warmte worden afgegeven die via het bloed wordt aangevoerd. Dit werkt natuurlijk vooral zolang de omgeving nog koeler is dan het lichaamsoppervlak. Hoe warmer de omgeving wordt, hoe moeilijker het wordt om op deze manier voldoende warmte kwijt te raken.
Een rat heeft daarnaast nog een andere mogelijkheid: verdamping.
Bij hoge temperaturen produceren ratten meer speeksel en verspreiden ze dat over hun vacht tijdens het poetsen. Wanneer dat vocht verdampt, kost dat energie en wordt er warmte aan het lichaam onttrokken. Daarmee kan een rat zichzelf enigszins koelen. Dit is echter minder efficiënt en heeft als nadeel dat er daarvoor voldoende vocht voor speeksel beschikbaar moet zijn.
Ratten moeten drinken
Ook een rat heeft bij warm weer voldoende water nodig. Hoeveel een rat precies drinkt, verschilt onder andere met zijn lichaamsgewicht, voeding en de omstandigheden. Een volwassen rat kan gemakkelijk enkele tientallen milliliters water per dag gebruiken. Individuele onderzoeken geven een range van 40-60 ml per dag aan.
Bij warm weer kan de behoefte aan water toenemen. Als een rat onvoldoende vocht binnenkrijgt, kan uitdroging ontstaan. Daardoor worden de vocht- en zoutbalans verstoord en worden onder andere de bloedsomloop en de nieren extra belast.
Water is dus bij warm weer niet zomaar een luxe voor een rat, maar een belangrijke voorwaarde om de warmte te kunnen blijven verdragen.
Wanneer wordt het te warm?
Daar is geen exacte temperatuur voor te noemen die voor iedere rat geldt. De omstandigheden maken veel verschil. Een temperatuur van 30 graden met een hoge of lage relatieve vochtigheid maakt een groot verschil. Bij een hoge relatieve luchtvochtigheid is er nauwelijks meer vocht te verdampen en af te koelen, terwijl dit bij droge lucht nog wel mogelijk is.
Toch neemt bij temperaturen rond de 30 graden Celsius de warmtebelasting duidelijk toe. Bij nog hogere temperaturen wordt het voor een rat steeds moeilijker om zijn lichaamstemperatuur constant te houden. Onder experimentele omstandigheden blijkt dat ratten rond 30 graden al dicht bij de grens van hun thermische mogelijkheden kunnen komen. Daarom zou ik 30 graden niet als een harde grens willen zien waarbij iedere rat automatisch oververhit raakt. Het is wel een temperatuur waarbij de omstandigheden voor een rat serieus bedreigend worden.
De rat heeft dan eigenlijk maar één doel: zo weinig mogelijk extra warmte produceren en een koelere plek vinden. Bewegen kost energie en bij het verbranden van die energie ontstaat warmte. Bij warm weer kan het daarom gunstiger zijn om rustig te blijven en pas op pad te gaan wanneer het koeler wordt.
Veranderend gedrag van ratten tijdens warme dagen
Ik verwacht bij warm weer dan ook dat ratten hun gedrag aanpassen.
Andere tijden.
De bruine rat is van nature vooral 's nachts en rond de schemering actief. Warmte kan ervoor zorgen dat het verschil tussen de warme en koelere perioden van de dag nog belangrijker wordt als het overdag erg warm is.
Andere locaties.
Een rat die het te warm krijgt, heeft er belang bij om een koelere en beschutte plek op te zoeken. Dat kan bijvoorbeeld een hol, een slootkant, een kelder of een andere beschutte plaats zijn. Bruine ratten maken hun holen ook regelmatig langs slootkanten en andere plekken waar ze zich goed kunnen verstoppen.
Op zoek naar water en voedsel.
Als een vaste drinkplaats opdroogt of moeilijk bereikbaar wordt, zal een rat op zoek moeten naar een andere waterbron. Daardoor kunnen ratten soms op plekken verschijnen waar je ze normaal gesproken niet ziet. Ook kan het zijn dat door de droogte het gebruikelijke voedsel niet meer te vinden is, omdat de planten er niet meer groeien.
Minder bewegen op het warmste moment.
Een rat die overdag in de warmte blijft rondlopen, produceert zelf ook warmte. Het is dus logisch dat hij de warme uren zoveel mogelijk probeert te vermijden.
Het gedrag van ratten is daarbij niet overal hetzelfde. Dat zie ik zelf ook tijdens de bestrijding. Op de ene locatie zie ik ratten bijna uitsluitend 's nachts, terwijl ze op een andere locatie soms overdag tevoorschijn komen. De omstandigheden ter plaatse bepalen veel.
Zijn ratten nog te bestrijden bij warm weer?
Jazeker. Sterker nog: hoge temperaturen overdag betekenen niet dat er 's avonds geen rat meer te zien is.
Op woensdag 24 juni 2026 liep de temperatuur in delen van Nederland op tot ongeveer 34 graden. Na zonsondergang ben ik om ongeveer 23.00 uur op een melkveebedrijf aan het werk gegaan. De temperatuur was inmiddels gezakt naar ongeveer 23–25 graden. En de ratten waren er gewoon. Die avond heb ik daar 38 ratten bestreden.
Dat is natuurlijk geen wetenschappelijk onderzoek en ik wil mijn eigen waarneming ook niet als zodanig presenteren. Het laat wel mooi zien dat een zeer warme dag niet automatisch betekent dat ratten de hele nacht in hun schuilplaats blijven. Zodra de temperatuur na zonsondergang weer daalt, worden de omstandigheden voor de rat een stuk gunstiger. De rat kan dan weer op zoek naar voedsel en water.
Conclusie: een rat past zich aan, maar heeft grenzen
Ratten zijn flexibele dieren. Ze passen hun gedrag aan de omstandigheden aan en zoeken voedsel, water, veiligheid en een geschikte plek om te rusten. Maar ook een rat heeft grenzen.
Bij langdurige hoge temperaturen wordt het steeds moeilijker om voldoende warmte kwijt te raken. De staart en oren kunnen helpen; de rat kan vocht gebruiken voor verdampingskoeling, hij kan minder bewegen en hij kan een koelere plek opzoeken. Maar wanneer de omgeving te warm wordt, zijn die mogelijkheden uiteindelijk niet meer voldoende.
Daarom zie je bij warm weer vaak dat ratten andere plekken en andere tijden kiezen. Niet omdat ze verdwenen zijn, maar omdat ze zich aanpassen aan de omstandigheden. En zodra het 's avonds weer wat koeler wordt, begint voor de rat de nacht. En voor mij dus ook.
Reactie plaatsen
Reacties